2 Koningen 25:15
“En de vuurpannen, en de sprengbekkens, en hetgeen van goud was, in goud, en hetgeen van zilver was, in zilver, nam de overste der lijfwacht mee.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Koningen 25 — omringende verzen
En het gehele leger der Chaldeeën dat bij de overste der lijfwacht was, brak de muren van Jeruzalem rondom af.
11Het overige nu van het volk dat in de stad was overgebleven, en de overlopers die naar de koning van Babel waren overgelopen, met de rest van de menigte, die voerde Nebuzaradan, de overste der lijfwacht, in ballingschap.
12Maar de overste der lijfwacht liet enigen van de armsten van het land achter als wijngaardeniers en akkerbouwers.
13En de koperen pilaren die in het huis van de HEER waren, en de voetstukken, en de koperen zee die in het huis van de HEER was, die braken de Chaldeeën stuk, en zij voerden het koper ervan naar Babel.
14En de potten, en de schoppen, en de snuiters, en de lepels, en alle koperen voorwerpen waarmee men diende, namen zij weg.
En de vuurpannen, en de sprengbekkens, en hetgeen van goud was, in goud, en hetgeen van zilver was, in zilver, nam de overste der lijfwacht mee.
De twee pilaren, de ene zee, en de voetstukken die Salomo voor het huis van de HEER had gemaakt; het koper van al deze voorwerpen was niet te wegen.
17De hoogte van de ene pilaar was achttien el, en het kapiteel erop was van koper; en de hoogte van het kapiteel drie el; en het vlechtwerk en de granaatappels op het kapiteel rondom, alles van koper; en de tweede pilaar was er gelijk aan, met vlechtwerk.
18En de overste der lijfwacht nam Seraja, de hogepriester, en Zefanja, de tweede priester, en de drie poortwachters mee.
19En uit de stad nam hij een hofbeambte die aangesteld was over de strijdbare mannen, en vijf mannen die in de nabijheid van de koning gevonden werden in de stad, en de hoofdschrijver van het leger die het volk des lands monsterde, en zestig mannen van het volk des lands die in de stad gevonden werden.
20En Nebuzaradan, de overste der lijfwacht, nam dezen mee en bracht hen naar de koning van Babel, naar Ribla.