2 Koningen 25:12
“Maar de overste der lijfwacht liet enigen van de armsten van het land achter als wijngaardeniers en akkerbouwers.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Koningen 25 — omringende verzen
En zij slachtten de zonen van Zedekia voor zijn ogen, en staken de ogen van Zedekia uit, en bonden hem met bronzen ketenen, en voerden hem naar Babel.
8En in de vijfde maand, op de zevende dag van de maand — dat was het negentiende jaar van koning Nebukadnezar, de koning van Babel — kwam Nebuzaradan, de overste der lijfwacht, een dienaar van de koning van Babel, naar Jeruzalem.
9En hij verbrandde het huis van de HEER, en het huis des koningen, en alle huizen van Jeruzalem; ja, elk groot huis verbrandde hij met vuur.
10En het gehele leger der Chaldeeën dat bij de overste der lijfwacht was, brak de muren van Jeruzalem rondom af.
11Het overige nu van het volk dat in de stad was overgebleven, en de overlopers die naar de koning van Babel waren overgelopen, met de rest van de menigte, die voerde Nebuzaradan, de overste der lijfwacht, in ballingschap.
Maar de overste der lijfwacht liet enigen van de armsten van het land achter als wijngaardeniers en akkerbouwers.
En de koperen pilaren die in het huis van de HEER waren, en de voetstukken, en de koperen zee die in het huis van de HEER was, die braken de Chaldeeën stuk, en zij voerden het koper ervan naar Babel.
14En de potten, en de schoppen, en de snuiters, en de lepels, en alle koperen voorwerpen waarmee men diende, namen zij weg.
15En de vuurpannen, en de sprengbekkens, en hetgeen van goud was, in goud, en hetgeen van zilver was, in zilver, nam de overste der lijfwacht mee.
16De twee pilaren, de ene zee, en de voetstukken die Salomo voor het huis van de HEER had gemaakt; het koper van al deze voorwerpen was niet te wegen.
17De hoogte van de ene pilaar was achttien el, en het kapiteel erop was van koper; en de hoogte van het kapiteel drie el; en het vlechtwerk en de granaatappels op het kapiteel rondom, alles van koper; en de tweede pilaar was er gelijk aan, met vlechtwerk.