2 Koningen 5:19
“En hij zeide tot hem: Ga heen in vrede. Zo vertrok hij van hem een eindweegs.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Koningen 5 — omringende verzen
Toen ging hij af en doopte zich zevenmaal in de Jordaan, naar het woord van de man Gods; en zijn vlees werd wedergegeven als het vlees van een klein kind, en hij was rein.
15En hij keerde weder tot de man Gods, hij en zijn ganse gezelschap, en hij kwam en stond voor hem, en zeide: Zie, nu weet ik dat er geen God is op de ganse aarde dan in Israël; ontvang dan nu een zegengave van uw knecht.
16Maar hij zeide: Zo waarlijk als de HEER leeft, voor Wiens aangezicht ik sta, ik zal niets ontvangen. En hij drong bij hem aan dat hij het zou nemen, maar hij weigerde.
17En Naäman zeide: Zo niet, laat dan uw knecht toch twee muildieren last aarde gegeven worden; want uw knecht zal voortaan geen brandoffer noch slachtoffer aan andere goden offeren, maar aan de HEER.
18In dit ene ding vergeef de HEER uw knecht: wanneer mijn heer het huis van Rimmon ingaat om daar te aanbidden, en hij leunt op mijn hand, en ik mij neerbuig in het huis van Rimmon — wanneer ik mij neerbuig in het huis van Rimmon, vergeef de HEER uw knecht in dit ding.
En hij zeide tot hem: Ga heen in vrede. Zo vertrok hij van hem een eindweegs.
Maar Gehazi, de knecht van Elisa, de man Gods, zeide: Zie, mijn heer heeft deze Syriër Naäman gespaard door niet te ontvangen van zijn hand hetgeen hij gebracht had; maar zo waarlijk als de HEER leeft, ik zal hem nalopen en iets van hem nemen.
21Zo liep Gehazi Naäman na. En toen Naäman hem zag nalopende, steeg hij van de wagen af om hem tegemoet te gaan, en zeide: Is alles wel?
22En hij zeide: Alles is wel. Mijn heer heeft mij gezonden, zeggende: Zie, er zijn juist tot mij gekomen van de berg Efraïm twee jonge mannen van de zonen der profeten; geef hun toch een talent zilver en twee wisselklederen.
23En Naäman zeide: Wees toch bereid, neem twee talenten. En hij drong bij hem aan en bond twee talenten zilver in twee zakken, met twee wisselklederen, en legde ze op twee van zijn knechten; en die droegen ze voor hem.
24En toen hij bij de burcht gekomen was, nam hij ze uit hun handen en bestelde ze in het huis; en hij liet de mannen gaan, en zij gingen heen.