VSV
Statenvertaling2 Koningen 6:1
“En de zonen der profeten zeiden tot Elisa: Zie toch, de plaats waar wij voor uw aangezicht wonen is te nauw voor ons.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Koningen 6 — omringende verzen
1
2En de zonen der profeten zeiden tot Elisa: Zie toch, de plaats waar wij voor uw aangezicht wonen is te nauw voor ons.
Laat ons toch naar de Jordaan gaan, en van daar ieder een balk halen, en laat ons daar een plaats maken om te wonen. En hij zeide: Gaat heen.
3En een zeide: Wees toch bereid en ga met uw knechten. En hij zeide: Ik zal gaan.
4Zo ging hij met hen. En toen zij bij de Jordaan gekomen waren, hakten zij hout.
5Maar als een een balk velde, viel de bijl in het water; en hij riep en zeide: Ach, mijn heer! want het was geleend.
6En de man Gods zeide: Waar is hij gevallen? En hij wees hem de plaats. En hij sneed een stuk hout af en wierp het daarin; en het ijzer dreef boven.