2 Koningen 6:5
“Maar als een een balk velde, viel de bijl in het water; en hij riep en zeide: Ach, mijn heer! want het was geleend.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Koningen 6 — omringende verzen
En de zonen der profeten zeiden tot Elisa: Zie toch, de plaats waar wij voor uw aangezicht wonen is te nauw voor ons.
2Laat ons toch naar de Jordaan gaan, en van daar ieder een balk halen, en laat ons daar een plaats maken om te wonen. En hij zeide: Gaat heen.
3En een zeide: Wees toch bereid en ga met uw knechten. En hij zeide: Ik zal gaan.
4Zo ging hij met hen. En toen zij bij de Jordaan gekomen waren, hakten zij hout.
Maar als een een balk velde, viel de bijl in het water; en hij riep en zeide: Ach, mijn heer! want het was geleend.
En de man Gods zeide: Waar is hij gevallen? En hij wees hem de plaats. En hij sneed een stuk hout af en wierp het daarin; en het ijzer dreef boven.
7Daarom zeide hij: Neem het op. En hij stak zijn hand uit en nam het.
8Toen voerde de koning van Syrië oorlog tegen Israël, en hij beraadslaagde met zijn knechten, zeggende: Op die en die plaats zal mijn kamp zijn.
9En de man Gods zond tot de koning van Israël, zeggende: Wacht u dat gij die en die plaats doortrekt, want de Syriërs zijn daar afgedaald.
10En de koning van Israël zond naar de plaats die de man Gods hem gezegd en gewaarschuwd had, en bewaarde zichzelf aldaar, niet eens of tweemaal.