2 Korintiërs 11:1
“Och, dat u mij een weinig in mijn dwaasheid verdragen kon! Verdraag mij dan ook inderdaad.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 11 — omringende verzen
Och, dat u mij een weinig in mijn dwaasheid verdragen kon! Verdraag mij dan ook inderdaad.
Want ik ben jaloers over u met een goddelijke jaloezie; want ik heb u als een reine maagd verbonden aan één Man, om u voor Christus te stellen.
3Maar ik vrees dat, op enigerlei wijze, zoals de slang Eva verleidde door zijn sluwheid, zo uw gedachten bedorven zouden worden van de eenvoudigheid die in Christus is.
4Want indien hij die komt een andere Jezus predikt, die wij niet gepredikt hebben, of indien u een andere geest ontvangt, die u niet ontvangen hebt, of een ander Evangelie, dat u niet aanvaard hebt, zo zou u dat wel kunnen verdragen.
5Want ik meen dat ik in geen enkel opzicht achterstond bij de allerhoogste apostelen.
6Maar al ben ik ook onbedreven in spreken, toch niet in kennis; maar wij zijn onder u in alles ten volle geopenbaard.