2 Korintiërs 11:6
“Maar al ben ik ook onbedreven in spreken, toch niet in kennis; maar wij zijn onder u in alles ten volle geopenbaard.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 11 — omringende verzen
Och, dat u mij een weinig in mijn dwaasheid verdragen kon! Verdraag mij dan ook inderdaad.
2Want ik ben jaloers over u met een goddelijke jaloezie; want ik heb u als een reine maagd verbonden aan één Man, om u voor Christus te stellen.
3Maar ik vrees dat, op enigerlei wijze, zoals de slang Eva verleidde door zijn sluwheid, zo uw gedachten bedorven zouden worden van de eenvoudigheid die in Christus is.
4Want indien hij die komt een andere Jezus predikt, die wij niet gepredikt hebben, of indien u een andere geest ontvangt, die u niet ontvangen hebt, of een ander Evangelie, dat u niet aanvaard hebt, zo zou u dat wel kunnen verdragen.
5Want ik meen dat ik in geen enkel opzicht achterstond bij de allerhoogste apostelen.
Maar al ben ik ook onbedreven in spreken, toch niet in kennis; maar wij zijn onder u in alles ten volle geopenbaard.
Heb ik een misdaad begaan door mijzelf te vernederen, opdat u verhoogd zou worden, omdat ik u het Evangelie van God kosteloos gepredikt heb?
8Ik heb andere gemeenten beroofd door van hen loon te ontvangen, om u te dienen.
9En toen ik bij u aanwezig was en gebrek leed, was ik niemand tot last; want hetgeen mij ontbrak, hebben de broeders die uit Macedonië kwamen aangevuld; en in alles heb ik ervoor gezorgd u niet tot last te zijn, en zo zal ik het blijven.
10Bij de waarheid van Christus die in mij is, niemand zal mij dit roemen ontnemen in de streken van Achaje.
11Waarom? Omdat ik u niet liefheb? God weet het.