2 Korintiërs 11:10
“Bij de waarheid van Christus die in mij is, niemand zal mij dit roemen ontnemen in de streken van Achaje.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 11 — omringende verzen
Want ik meen dat ik in geen enkel opzicht achterstond bij de allerhoogste apostelen.
6Maar al ben ik ook onbedreven in spreken, toch niet in kennis; maar wij zijn onder u in alles ten volle geopenbaard.
7Heb ik een misdaad begaan door mijzelf te vernederen, opdat u verhoogd zou worden, omdat ik u het Evangelie van God kosteloos gepredikt heb?
8Ik heb andere gemeenten beroofd door van hen loon te ontvangen, om u te dienen.
9En toen ik bij u aanwezig was en gebrek leed, was ik niemand tot last; want hetgeen mij ontbrak, hebben de broeders die uit Macedonië kwamen aangevuld; en in alles heb ik ervoor gezorgd u niet tot last te zijn, en zo zal ik het blijven.
Bij de waarheid van Christus die in mij is, niemand zal mij dit roemen ontnemen in de streken van Achaje.
Waarom? Omdat ik u niet liefheb? God weet het.
12Maar wat ik doe, dat zal ik doen, opdat ik de aanleiding wegneem van hen die aanleiding zoeken; opdat zij waarin zij roemen, bevonden mogen worden zoals wij.
13Want zulke mensen zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zichzelf vermommen als apostelen van Christus.
14En geen wonder; want de satan zelf vermomt zich als een engel des lichts.
15Daarom is het geen grote zaak als ook zijn dienaren zich vermommen als dienaren der gerechtigheid; hun einde zal zijn naar hun werken.