2 Korintiërs 11:15
“Daarom is het geen grote zaak als ook zijn dienaren zich vermommen als dienaren der gerechtigheid; hun einde zal zijn naar hun werken.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 11 — omringende verzen
Bij de waarheid van Christus die in mij is, niemand zal mij dit roemen ontnemen in de streken van Achaje.
11Waarom? Omdat ik u niet liefheb? God weet het.
12Maar wat ik doe, dat zal ik doen, opdat ik de aanleiding wegneem van hen die aanleiding zoeken; opdat zij waarin zij roemen, bevonden mogen worden zoals wij.
13Want zulke mensen zijn valse apostelen, bedrieglijke arbeiders, die zichzelf vermommen als apostelen van Christus.
14En geen wonder; want de satan zelf vermomt zich als een engel des lichts.
Daarom is het geen grote zaak als ook zijn dienaren zich vermommen als dienaren der gerechtigheid; hun einde zal zijn naar hun werken.
Ik zeg nogmaals: laat niemand mij voor een dwaas houden; maar zoo niet, ontvang mij dan als een dwaas, opdat ik mij ook een weinig moge beroemen.
17Wat ik spreek, spreek ik niet naar de Heer, maar als in dwaasheid, in dit vertrouwen van roemen.
18Aangezien velen roemen naar het vlees, zal ik ook roemen.
19Want u verdraagt de dwazen graag, terwijl u zelf wijs bent.
20Want u verdraagt het, als iemand u in dienstbaarheid brengt, als iemand u verteert, als iemand van u neemt, als iemand zich verheft, als iemand u in het gezicht slaat.