2 Korintiërs 11:3
“Maar ik vrees dat, op enigerlei wijze, zoals de slang Eva verleidde door zijn sluwheid, zo uw gedachten bedorven zouden worden van de eenvoudigheid die in Christus is.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 11 — omringende verzen
Och, dat u mij een weinig in mijn dwaasheid verdragen kon! Verdraag mij dan ook inderdaad.
2Want ik ben jaloers over u met een goddelijke jaloezie; want ik heb u als een reine maagd verbonden aan één Man, om u voor Christus te stellen.
Maar ik vrees dat, op enigerlei wijze, zoals de slang Eva verleidde door zijn sluwheid, zo uw gedachten bedorven zouden worden van de eenvoudigheid die in Christus is.
Want indien hij die komt een andere Jezus predikt, die wij niet gepredikt hebben, of indien u een andere geest ontvangt, die u niet ontvangen hebt, of een ander Evangelie, dat u niet aanvaard hebt, zo zou u dat wel kunnen verdragen.
5Want ik meen dat ik in geen enkel opzicht achterstond bij de allerhoogste apostelen.
6Maar al ben ik ook onbedreven in spreken, toch niet in kennis; maar wij zijn onder u in alles ten volle geopenbaard.
7Heb ik een misdaad begaan door mijzelf te vernederen, opdat u verhoogd zou worden, omdat ik u het Evangelie van God kosteloos gepredikt heb?
8Ik heb andere gemeenten beroofd door van hen loon te ontvangen, om u te dienen.