VSV
Statenvertaling2 Korintiërs 11:33
“En door een venster in een mand werd ik langs de muur neergelaten, en ontkwam aan zijn handen.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 11 — omringende verzen
28
Behalve de dingen die van buiten komen, is er de dagelijkse zorg die op mij drukt: de bekommernis om alle gemeenten.
29Wie is er zwak, en ik ben niet zwak? Wie wordt er geërgerd, en ik brand niet?
30Als ik moet roemen, zal ik roemen over de dingen die mijn zwakheden betreffen.
31De God en Vader van onze Heer Jezus Christus, Die gezegend is tot in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg.
32In Damascus hield de stadhouder onder koning Aretas de stad van de Damascenen met een bezetting, en hij wilde mij grijpen.
33
En door een venster in een mand werd ik langs de muur neergelaten, en ontkwam aan zijn handen.