2 Korintiërs 5:6
“Daarom zijn wij altijd welgemoed, wetende dat, terwijl wij in het lichaam thuis zijn, wij van de Heer uitwonend zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 5 — omringende verzen
Want wij weten dat, indien ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, eeuwig in de hemelen.
2Want ook in deze tabernakel zuchten wij, begerig om overkleed te worden met onze woning die uit de hemel is,
3Indien wij tenminste bekleed zijnde, niet naakt zullen bevonden worden.
4Want ook wij die in deze tabernakel zijn, zuchten, bezwaard zijnde; omdat wij niet willen ontkleed worden, maar overkleed, opdat het sterfelijke zou verslonden worden door het leven.
5Hij nu Die ons tot ditzelve bereid heeft, is God, Die ons ook het onderpand des Geestes gegeven heeft.
Daarom zijn wij altijd welgemoed, wetende dat, terwijl wij in het lichaam thuis zijn, wij van de Heer uitwonend zijn.
Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.
8Wij zijn, zeg ik, welgemoed en hebben meer behagen om uit te wonen uit het lichaam en bij de Heer te wonen.
9Daarom zijn wij ook zeer begerig, hetzij inwonend of uitwonend, om Hem welbehagelijk te zijn.
10Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage hetgeen in het lichaam geschied is, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed of kwaad.
11Wetende dan de schrik des Heren, overreden wij de mensen; maar aan God zijn wij openbaar, en ik hoop ook in uw gewetens geopenbaard te zijn.