2 Korintiërs 5:11
“Wetende dan de schrik des Heren, overreden wij de mensen; maar aan God zijn wij openbaar, en ik hoop ook in uw gewetens geopenbaard te zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 5 — omringende verzen
Daarom zijn wij altijd welgemoed, wetende dat, terwijl wij in het lichaam thuis zijn, wij van de Heer uitwonend zijn.
7Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.
8Wij zijn, zeg ik, welgemoed en hebben meer behagen om uit te wonen uit het lichaam en bij de Heer te wonen.
9Daarom zijn wij ook zeer begerig, hetzij inwonend of uitwonend, om Hem welbehagelijk te zijn.
10Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage hetgeen in het lichaam geschied is, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed of kwaad.
Wetende dan de schrik des Heren, overreden wij de mensen; maar aan God zijn wij openbaar, en ik hoop ook in uw gewetens geopenbaard te zijn.
Want wij prijzen onszelf niet wederom bij u aan, maar geven u gelegenheid tot roem over ons, opdat gij iets hebt te antwoorden aan hen die roemen in het uiterlijke en niet in het hart.
13Want hetzij dat wij uitzinnig zijn, wij zijn het Gode; of hetzij dat wij bij onze zinnen zijn, wij zijn het u.
14Want de liefde van Christus dringt ons, daar wij dit oordelen, dat indien Een voor allen gestorven is, zij dan allen gestorven zijn;
15En dat Hij voor allen gestorven is, opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en opgewekt is.
16Zo dan, wij kennen van nu aan niemand naar het vlees; en indien wij ook Christus naar het vlees gekend hebben, zo kennen wij Hem nu niet meer.