2 Korintiërs 5:8
“Wij zijn, zeg ik, welgemoed en hebben meer behagen om uit te wonen uit het lichaam en bij de Heer te wonen.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Korintiërs 5 — omringende verzen
Indien wij tenminste bekleed zijnde, niet naakt zullen bevonden worden.
4Want ook wij die in deze tabernakel zijn, zuchten, bezwaard zijnde; omdat wij niet willen ontkleed worden, maar overkleed, opdat het sterfelijke zou verslonden worden door het leven.
5Hij nu Die ons tot ditzelve bereid heeft, is God, Die ons ook het onderpand des Geestes gegeven heeft.
6Daarom zijn wij altijd welgemoed, wetende dat, terwijl wij in het lichaam thuis zijn, wij van de Heer uitwonend zijn.
7Want wij wandelen door geloof en niet door aanschouwen.
Wij zijn, zeg ik, welgemoed en hebben meer behagen om uit te wonen uit het lichaam en bij de Heer te wonen.
Daarom zijn wij ook zeer begerig, hetzij inwonend of uitwonend, om Hem welbehagelijk te zijn.
10Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat een ieder wegdrage hetgeen in het lichaam geschied is, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed of kwaad.
11Wetende dan de schrik des Heren, overreden wij de mensen; maar aan God zijn wij openbaar, en ik hoop ook in uw gewetens geopenbaard te zijn.
12Want wij prijzen onszelf niet wederom bij u aan, maar geven u gelegenheid tot roem over ons, opdat gij iets hebt te antwoorden aan hen die roemen in het uiterlijke en niet in het hart.
13Want hetzij dat wij uitzinnig zijn, wij zijn het Gode; of hetzij dat wij bij onze zinnen zijn, wij zijn het u.