2 Kronieken 30:2
“Want de koning had beraadslaagd, en zijn vorsten en de gehele gemeente te Jeruzalem, om het Pascha in de tweede maand te houden.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 30 — omringende verzen
En Hiskia zond tot gans Israël en Juda, en schreef ook brieven aan Efraïm en Manasse, dat zij zouden komen naar het huis van de HEER te Jeruzalem, om het Pascha te houden voor de HEER, de God van Israël.
Want de koning had beraadslaagd, en zijn vorsten en de gehele gemeente te Jeruzalem, om het Pascha in de tweede maand te houden.
Want zij hadden het niet op die tijd kunnen houden, omdat de priesters zich niet voldoende geheiligd hadden, en het volk zich niet te Jeruzalem vergaderd had.
4En de zaak behaagde de koning en de gehele gemeente.
5Zo stelden zij een besluit vast om een uitroeping te doen door gans Israël, van Berseba tot Dan toe, dat zij zouden komen om het Pascha te houden voor de HEER, de God van Israël, te Jeruzalem; want zij hadden het lange tijd niet gehouden zoals het geschreven stond.
6Zo gingen de koeriers met de brieven van de koning en zijn vorsten door gans Israël en Juda, en naar het gebod des konings, zeggende: Gij kinderen Israëls, bekeert u tot de HEER, de God van Abraham, Izak en Israël, en Hij zal wederkeren tot het overblijfsel van u, dat ontkomen is uit de hand der koningen van Assyrië.
7En weest niet gelijk uw vaderen en gelijk uw broederen, die gezondigd hebben tegen de HEER, de God hunner vaderen, die hen daarom heeft overgegeven tot een verwoesting, gelijk gij ziet.