Terug naar 2 Kronieken 6
VSV
Statenvertaling

2 Kronieken 6:19

Heb toch acht op het gebed van Uw dienaar en op zijn smeking, o HEER, mijn God, om te horen naar het geroep en het gebed dat Uw dienaar voor Uw aangezicht bidt,

Kruisverwijzingen

Context

2 Kronieken 6 — omringende verzen

14

En hij zei: O HEER, God van Israël, er is geen God zoals U in de hemel, noch op de aarde, Die het verbond houdt en goedertierenheid bewijst aan Uw dienaren die voor Uw aangezicht wandelen met hun ganse hart.

15

U Die aan Uw dienaar David, mijn vader, gehouden hebt wat U hem beloofd hebt; en U hebt met Uw mond gesproken en met Uw hand vervuld, zoals het op deze dag is.

16

Nu dan, o HEER, God van Israël, houd aan Uw dienaar David, mijn vader, wat U hem beloofd hebt, zeggende: U zal geen man ontbreken voor Mijn aangezicht om op de troon van Israël te zitten, mits uw kinderen op hun weg letten om in Mijn wet te wandelen, zoals u voor Mijn aangezicht gewandeld hebt.

17

Nu dan, o HEER, God van Israël, laat Uw woord bevestigd worden dat U tot Uw dienaar David gesproken hebt.

18

Maar zal God waarlijk bij de mensen op de aarde wonen? Zie, de hemel en de hemel der hemelen kunnen U niet bevatten; hoeveel te minder dit huis dat ik gebouwd heb!

19

Heb toch acht op het gebed van Uw dienaar en op zijn smeking, o HEER, mijn God, om te horen naar het geroep en het gebed dat Uw dienaar voor Uw aangezicht bidt,

20

Opdat Uw ogen dag en nacht geopend zijn over dit huis, over de plaats waarvan U gezegd hebt dat U Uw Naam daar plaatsen zoudt, om te horen naar het gebed dat Uw dienaar naar deze plaats bidt.

21

Hoor dan naar de smekingen van Uw dienaar en van Uw volk Israël, die zij naar deze plaats richten; hoor U uit Uw woonplaats, uit de hemel, en wanneer U hoort, vergeef.

22

Wanneer iemand tegen zijn naaste zondigt, en hem een eed opgelegd wordt om hem te doen zweren, en de eed voor Uw altaar in dit huis komt,

23

Hoor U dan uit de hemel en handel, en richt Uw dienaren, door de goddeloze te vergelden en zijn gedrag op zijn hoofd te brengen, en door de rechtvaardige rechtvaardig te verklaren en hem te geven naar zijn gerechtigheid.

24

En indien Uw volk Israël voor de vijand verslagen wordt, omdat zij tegen U gezondigd hebben, en zij keren zich om en belijden Uw Naam, en bidden en smeken voor Uw aangezicht in dit huis,