2 Kronieken 6:22
“Wanneer iemand tegen zijn naaste zondigt, en hem een eed opgelegd wordt om hem te doen zweren, en de eed voor Uw altaar in dit huis komt,”
Kruisverwijzingen
Context
2 Kronieken 6 — omringende verzen
Nu dan, o HEER, God van Israël, laat Uw woord bevestigd worden dat U tot Uw dienaar David gesproken hebt.
18Maar zal God waarlijk bij de mensen op de aarde wonen? Zie, de hemel en de hemel der hemelen kunnen U niet bevatten; hoeveel te minder dit huis dat ik gebouwd heb!
19Heb toch acht op het gebed van Uw dienaar en op zijn smeking, o HEER, mijn God, om te horen naar het geroep en het gebed dat Uw dienaar voor Uw aangezicht bidt,
20Opdat Uw ogen dag en nacht geopend zijn over dit huis, over de plaats waarvan U gezegd hebt dat U Uw Naam daar plaatsen zoudt, om te horen naar het gebed dat Uw dienaar naar deze plaats bidt.
21Hoor dan naar de smekingen van Uw dienaar en van Uw volk Israël, die zij naar deze plaats richten; hoor U uit Uw woonplaats, uit de hemel, en wanneer U hoort, vergeef.
Wanneer iemand tegen zijn naaste zondigt, en hem een eed opgelegd wordt om hem te doen zweren, en de eed voor Uw altaar in dit huis komt,
Hoor U dan uit de hemel en handel, en richt Uw dienaren, door de goddeloze te vergelden en zijn gedrag op zijn hoofd te brengen, en door de rechtvaardige rechtvaardig te verklaren en hem te geven naar zijn gerechtigheid.
24En indien Uw volk Israël voor de vijand verslagen wordt, omdat zij tegen U gezondigd hebben, en zij keren zich om en belijden Uw Naam, en bidden en smeken voor Uw aangezicht in dit huis,
25Hoor U dan uit de hemel en vergeef de zonde van Uw volk Israël, en breng hen terug naar het land dat U hun en hun vaderen gegeven hebt.
26Wanneer de hemel gesloten is en er geen regen is, omdat zij tegen U gezondigd hebben, en zij bidden naar deze plaats en belijden Uw Naam en keren zich van hun zonde af, wanneer U hen verdrukt,
27Hoor U dan uit de hemel en vergeef de zonde van Uw dienaren en van Uw volk Israël, wanneer U hun de goede weg leert waarin zij wandelen moeten, en geef regen op Uw land dat U Uw volk tot een erfdeel gegeven hebt.