2 Samuël 16:19
“En voorts, wie zou ik dienen? Zou ik niet dienen in de tegenwoordigheid van zijn zoon? Zoals ik in de tegenwoordigheid van uw vader gediend heb, zo zal ik in uw tegenwoordigheid zijn.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 16 — omringende verzen
En de koning en al het volk dat bij hem was, kwamen afgemat aan en verkwikten zich aldaar.
15En Absalom en al het volk, de mannen van Israël, kwamen te Jeruzalem, en Achitofel met hem.
16En het geschiedde, toen Husai, de Archiet, de vriend van David, bij Absalom gekomen was, dat Husai tot Absalom zeide: De koning leve, de koning leve.
17En Absalom zeide tot Hushai: Is dit uw vriendschap jegens uw vriend? Waarom zijt gij niet met uw vriend meegegaan?
18En Hushai zeide tot Absalom: Neen; maar wien de HEER, en dit volk, en alle mannen van Israël verkiezen, diens zal ik zijn, en bij hem zal ik blijven.
En voorts, wie zou ik dienen? Zou ik niet dienen in de tegenwoordigheid van zijn zoon? Zoals ik in de tegenwoordigheid van uw vader gediend heb, zo zal ik in uw tegenwoordigheid zijn.
Toen zeide Absalom tot Achitofel: Geeft raad onder u, wat wij doen zullen.
21En Achitofel zeide tot Absalom: Ga in tot de bijvrouwen van uw vader, die hij heeft achtergelaten om het huis te bewaken; en geheel Israël zal horen dat gij een gruwel zijt voor uw vader; dan zullen de handen van allen die met u zijn sterk worden.
22Zo spanden zij Absalom een tent op het dak van het huis; en Absalom ging in tot de bijvrouwen van zijn vader voor de ogen van geheel Israël.
23En de raad van Achitofel, dien hij in die dagen gaf, was als had iemand gevraagd naar het woord Gods; zo was al de raad van Achitofel, zowel bij David als bij Absalom.