Terug naar 2 Samuël 16
VSV
Statenvertaling

2 Samuël 16:17

En Absalom zeide tot Hushai: Is dit uw vriendschap jegens uw vriend? Waarom zijt gij niet met uw vriend meegegaan?

Kruisverwijzingen

Context

2 Samuël 16 — omringende verzen

12

Het kan zijn dat de HEER mijn ellende aanziet, en dat de HEER mij goed vergelde voor zijn vloek op deze dag.

13

En terwijl David en zijn mannen de weg gingen, liep Simeï langs de berghelling naast hem en vloekte al gaande, en wierp stenen naar hem en gooide stof.

14

En de koning en al het volk dat bij hem was, kwamen afgemat aan en verkwikten zich aldaar.

15

En Absalom en al het volk, de mannen van Israël, kwamen te Jeruzalem, en Achitofel met hem.

16

En het geschiedde, toen Husai, de Archiet, de vriend van David, bij Absalom gekomen was, dat Husai tot Absalom zeide: De koning leve, de koning leve.

17

En Absalom zeide tot Hushai: Is dit uw vriendschap jegens uw vriend? Waarom zijt gij niet met uw vriend meegegaan?

18

En Hushai zeide tot Absalom: Neen; maar wien de HEER, en dit volk, en alle mannen van Israël verkiezen, diens zal ik zijn, en bij hem zal ik blijven.

19

En voorts, wie zou ik dienen? Zou ik niet dienen in de tegenwoordigheid van zijn zoon? Zoals ik in de tegenwoordigheid van uw vader gediend heb, zo zal ik in uw tegenwoordigheid zijn.

20

Toen zeide Absalom tot Achitofel: Geeft raad onder u, wat wij doen zullen.

21

En Achitofel zeide tot Absalom: Ga in tot de bijvrouwen van uw vader, die hij heeft achtergelaten om het huis te bewaken; en geheel Israël zal horen dat gij een gruwel zijt voor uw vader; dan zullen de handen van allen die met u zijn sterk worden.

22

Zo spanden zij Absalom een tent op het dak van het huis; en Absalom ging in tot de bijvrouwen van zijn vader voor de ogen van geheel Israël.