2 Samuël 19:30
“En Mefiboseth zei tot de koning: Ja, laat hij alles maar nemen, nu mijn heer de koning in vrede teruggekomen is naar zijn eigen huis.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 19 — omringende verzen
En het geschiedde, toen hij naar Jeruzalem kwam om de koning tegemoet te gaan, dat de koning tot hem zei: Waarom zijt gij niet met mij gegaan, Mefiboseth?
26En hij antwoordde: Mijn heer de koning, mijn knecht heeft mij bedrogen, want uw knecht zei: Ik zal voor mij een ezel zadelen, opdat ik daarop rijde en met de koning ga, omdat uw knecht kreupel is.
27En hij heeft uw knecht belasterd bij mijn heer de koning, maar mijn heer de koning is als een engel Gods; doe daarom wat goed is in uw ogen.
28Want het hele huis van mijn vader was niet anders dan dode mensen voor mijn heer de koning, en toch hebt U uw knecht gezet onder degenen die aan uw eigen tafel eten. Welk recht heb ik dan nog om verder te roepen tot de koning?
29En de koning zei tot hem: Waarom spreekt gij nog langer over uw zaken? Ik heb gezegd: Gij en Ziba, verdeel het land.
En Mefiboseth zei tot de koning: Ja, laat hij alles maar nemen, nu mijn heer de koning in vrede teruggekomen is naar zijn eigen huis.
En Barzillaï, de Gileadiet, kwam van Rogelim af en trok met de koning over de Jordaan, om hem over de Jordaan te geleiden.
32Barzillaï nu was zeer oud, tachtig jaar oud, en hij had de koning van voedsel voorzien terwijl deze te Mahanaïm verbleef, want hij was een zeer aanzienlijk man.
33En de koning zei tot Barzillaï: Trek met mij over, en ik zal u bij mij onderhouden in Jeruzalem.
34Maar Barzillaï zei tot de koning: Hoeveel dagen heb ik nog te leven, dat ik met de koning naar Jeruzalem zou optrekken?
35Ik ben heden tachtig jaar oud; kan ik nog onderscheid maken tussen goed en kwaad? Kan uw knecht nog proeven wat ik eet of wat ik drink? Kan ik nog de stem horen van zangers en zangeressen? Waarom zou uw knecht dan nog een last zijn voor mijn heer de koning?