2 Samuël 22:7
“In mijn benauwdheid riep ik de HEER aan, en riep tot mijn God; en Hij hoorde mijn stem uit Zijn tempel, en mijn geroep drong door tot Zijn oren.”
Kruisverwijzingen
Context
2 Samuël 22 — omringende verzen
En hij zei: De HEER is mijn rots, en mijn burcht, en mijn bevrijder.
3De God van mijn rots; op Hem vertrouw ik: Hij is mijn schild, en de hoorn van mijn heil, mijn hoge toren, en mijn toevlucht, mijn redder; U redt mij van geweld.
4Ik zal de HEER aanroepen, die lofwaardig is; en ik zal van mijn vijanden verlost worden.
5Toen de golven des doods mij omringden, overstelpten de stromen der goddelozen mij met schrik.
6De banden van het dodenrijk omringden mij; de strikken des doods kwamen mij tegemoet.
In mijn benauwdheid riep ik de HEER aan, en riep tot mijn God; en Hij hoorde mijn stem uit Zijn tempel, en mijn geroep drong door tot Zijn oren.
Toen daverde en beefde de aarde; de grondslagen des hemels beefden en schudden, omdat Hij toornig was.
9Er steeg rook op uit Zijn neusgaten, en vuur uit Zijn mond verteerde; kolen werden daardoor ontstoken.
10Hij boog de hemelen en daalde neer; en duisternis was onder Zijn voeten.
11En Hij reed op een cherub en vloog; en Hij werd gezien op de vleugelen des winds.
12En Hij maakte duisternis tot een tent rondom Zich, donkere wateren en dikke wolken des hemels.