Terug naar Daniël 10
VSV
Statenvertaling

Daniël 10:13

Maar de vorst van het koninkrijk Perzië weerstond mij eenentwintig dagen; maar zie, Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam mij helpen, en ik bleef daar bij de koningen van Perzië.

Kruisverwijzingen

Context

Daniël 10 — omringende verzen

8

Zo werd ik alleen achtergelaten en zag dit grote gezicht, en er bleef geen kracht in mij; want mijn frisheid werd aan mij tot een bederf, en ik behield geen kracht.

9

Toch hoorde ik het geluid van zijn woorden; en toen ik het geluid van zijn woorden hoorde, viel ik in een diepe slaap op mijn aangezicht, met mijn gezicht naar de grond.

10

En zie, een hand raakte mij aan en richtte mij op mijn knieën en op de palmen van mijn handen.

11

En hij zei tot mij: O Daniël, u, die zeer bemind bent, let op de woorden die ik tot u spreek, en ga staan, want nu ben ik tot u gezonden. En toen hij dit woord tot mij had gesproken, stond ik bevend op.

12

Toen zei hij tot mij: Wees niet bevreesd, Daniël; want van de eerste dag af dat u uw hart erop gezet had om te begrijpen en uzelf voor uw God te verootmoedigen, zijn uw woorden gehoord, en ik ben gekomen vanwege uw woorden.

13

Maar de vorst van het koninkrijk Perzië weerstond mij eenentwintig dagen; maar zie, Michaël, een van de voornaamste vorsten, kwam mij helpen, en ik bleef daar bij de koningen van Perzië.

14

Nu ben ik gekomen om u te doen verstaan wat uw volk in de laatste dagen overkomen zal; want het gezicht is nog voor vele dagen.

15

En toen hij zulke woorden tot mij had gesproken, keerde ik mijn aangezicht naar de grond en werd stom.

16

En zie, een die geleek op de gedaante van een mensenkind raakte mijn lippen aan; toen opende ik mijn mond en sprak en zei tot hem die voor mij stond: O mijn heer, door het gezicht zijn mijn smarten over mij gekomen en ik heb geen kracht behouden.

17

Want hoe kan de knecht van deze mijn heer spreken met deze mijn heer? Want wat mij betreft, er is terstond geen kracht meer in mij, en er is geen adem meer in mij.

18

Toen raakte er nogmaals een, die eruitzag als een mens, mij aan en versterkte mij.