Deuteronomium 1:7
“Keer u om en breek op, en ga naar het gebergte van de Amorieten en naar alle plaatsen die daaraan grenzen, naar de vlakte, naar het bergland en naar het lage land, en naar het zuiden en naar de zeekust, naar het land van de Kanaänieten en naar de Libanon, tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 1 — omringende verzen
(Het is elf dagreizen van Horeb langs de weg van het gebergte Seïr tot Kades-Barnea.)
3En het geschiedde in het veertigste jaar, in de elfde maand, op de eerste dag van de maand, dat Mozes tot de kinderen Israëls sprak, overeenkomstig alles wat de HEER hem als gebod voor hen gegeven had,
4nadat hij Sihon, de koning der Amorieten, die in Hesbon woonde, verslagen had, en Og, de koning van Basan, die te Astharoth en te Edreï woonde.
5Aan deze zijde van de Jordaan, in het land van Moab, begon Mozes deze wet uit te leggen, zeggende:
6De HEER, onze God, sprak tot ons in Horeb, zeggende: U hebt lang genoeg bij deze berg verbleven.
Keer u om en breek op, en ga naar het gebergte van de Amorieten en naar alle plaatsen die daaraan grenzen, naar de vlakte, naar het bergland en naar het lage land, en naar het zuiden en naar de zeekust, naar het land van de Kanaänieten en naar de Libanon, tot aan de grote rivier, de rivier de Eufraat.
Zie, Ik heb het land voor u gegeven; ga heen en neem het land in bezit dat de HEER uw vaderen, Abraham, Izak en Jakob, gezworen heeft hun te geven en aan hun nageslacht na hen.
9En ik sprak tot u in die tijd, zeggende: Ik kan u alleen niet dragen.
10De HEER, uw God, heeft u vermenigvuldigd, en zie, u bent heden talrijk als de sterren des hemels.
11De HEER, de God van uw vaderen, make u duizend maal talrijker dan u bent, en zegene u, zoals Hij u beloofd heeft!
12Hoe kan ik alleen uw last en uw zware druk en uw twisten dragen?