Deuteronomium 15:6
“Want de HEER uw God zegent u, zoals Hij u beloofd heeft: en gij zult aan vele volken lenen, maar gij zult niet lenen; en gij zult over vele volken heersen, maar zij zullen niet over u heersen.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 15 — omringende verzen
Aan het einde van elke zeven jaren zult gij een kwijtschelding instellen.
2En dit is de wijze van de kwijtschelding: Elke schuldeiser die zijn naaste iets geleend heeft, zal hem dat kwijtschelden; hij zal het niet van zijn naaste of van zijn broeder eisen; want het is de kwijtschelding van de HEER afgeroepen.
3Van een vreemdeling moogt gij het terugeisen: maar wat gij bij uw broeder hebt, zal uw hand vrijlaten;
4Tenzij er geen arme onder u zal zijn; want de HEER zal u zeer zegenen in het land dat de HEER uw God u als erfenis geeft om het te bezitten:
5Alleen indien gij aandachtig luistert naar de stem van de HEER uw God, om al deze geboden die ik u heden gebied, nauwgezet te onderhouden en te doen.
Want de HEER uw God zegent u, zoals Hij u beloofd heeft: en gij zult aan vele volken lenen, maar gij zult niet lenen; en gij zult over vele volken heersen, maar zij zullen niet over u heersen.
Indien er onder u een arme man is van een van uw broederen binnen enige van uw poorten in uw land dat de HEER uw God u geeft, zult gij uw hart niet verharden, noch uw hand sluiten voor uw arme broeder:
8Maar gij zult uw hand wijd voor hem opendoen, en gij zult hem zeker genoeg lenen voor zijn behoefte, naar hetgeen hem ontbreekt.
9Wacht u dat er geen gedachte in uw verdorven hart zij, die zegt: Het zevende jaar, het jaar van kwijtschelding, is nabij; en dat uw oog boos zij jegens uw arme broeder, en gij hem niets geeft; en hij tot de HEER over u roept, en het u tot zonde wordt.
10Gij zult hem zeker geven, en uw hart zal niet bedroefd zijn wanneer gij hem geeft: want om deze zaak zal de HEER uw God u zegenen in al uw werken en in alles waaraan gij uw hand slaat.
11Want de armen zullen nimmer uit het land ophouden: daarom gebied ik u en zeg: Gij zult uw hand wijd opendoen voor uw broeder, voor uw arme en voor uw behoeftige, in uw land.