Deuteronomium 21:17
“Maar hij zal de zoon van de gehate als eerstgeborene erkennen door hem een dubbel deel te geven van alles wat hij heeft; want hij is de eerstelingen van zijn kracht, het recht van de eerstgeborene is van hem.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 21 — omringende verzen
dan zult u haar in uw huis brengen, en zij zal haar hoofd scheren en haar nagels knippen.
13En zij zal het gewaad van haar gevangenschap van zich afdoen en in uw huis blijven, en een volle maand haar vader en haar moeder bewenen; en daarna zult u tot haar ingaan en haar man zijn, en zij zal uw vrouw zijn.
14En het zal geschieden, als u geen behagen in haar hebt, dat u haar zult laten gaan waarheen zij wil; maar u zult haar volstrekt niet voor geld verkopen, u zult haar niet behandelen als een koopwaar, omdat u haar vernederd hebt.
15Indien een man twee vrouwen heeft, één geliefde en één gehate, en zij hebben hem kinderen gebaard, zowel de geliefde als de gehate, en de eerstgeboren zoon is van haar die gehaat wordt,
16dan zal het, wanneer hij zijn zonen zijn bezit laat erven, niet geoorloofd zijn dat hij de zoon van de geliefde als eerstgeborene laat gelden boven de zoon van de gehate, die werkelijk de eerstgeborene is.
Maar hij zal de zoon van de gehate als eerstgeborene erkennen door hem een dubbel deel te geven van alles wat hij heeft; want hij is de eerstelingen van zijn kracht, het recht van de eerstgeborene is van hem.
Indien een man een weerbarstige en opstandige zoon heeft, die de stem van zijn vader en de stem van zijn moeder niet gehoorzaamt, en die, hoewel zij hem kastijden, niet naar hen luistert,
19dan zullen zijn vader en zijn moeder hem grijpen en hem naar buiten brengen bij de oudsten van zijn stad en bij de poort van zijn woonplaats.
20En zij zullen tot de oudsten van zijn stad zeggen: Deze onze zoon is weerbarstig en opstandig, hij gehoorzaamt onze stem niet; hij is een vraat en een dronkaard.
21Dan zullen alle mannen van zijn stad hem met stenen stenigen, zodat hij sterft; zo zult u het kwaad uit uw midden wegdoen, en heel Israël zal het horen en vrezen.
22En indien een man een zonde waardig de dood heeft begaan en ter dood gebracht wordt, en u hem aan een boom hangt,