Terug naar Deuteronomium 21
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 21:18

Indien een man een weerbarstige en opstandige zoon heeft, die de stem van zijn vader en de stem van zijn moeder niet gehoorzaamt, en die, hoewel zij hem kastijden, niet naar hen luistert,

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 21 — omringende verzen

13

En zij zal het gewaad van haar gevangenschap van zich afdoen en in uw huis blijven, en een volle maand haar vader en haar moeder bewenen; en daarna zult u tot haar ingaan en haar man zijn, en zij zal uw vrouw zijn.

14

En het zal geschieden, als u geen behagen in haar hebt, dat u haar zult laten gaan waarheen zij wil; maar u zult haar volstrekt niet voor geld verkopen, u zult haar niet behandelen als een koopwaar, omdat u haar vernederd hebt.

15

Indien een man twee vrouwen heeft, één geliefde en één gehate, en zij hebben hem kinderen gebaard, zowel de geliefde als de gehate, en de eerstgeboren zoon is van haar die gehaat wordt,

16

dan zal het, wanneer hij zijn zonen zijn bezit laat erven, niet geoorloofd zijn dat hij de zoon van de geliefde als eerstgeborene laat gelden boven de zoon van de gehate, die werkelijk de eerstgeborene is.

17

Maar hij zal de zoon van de gehate als eerstgeborene erkennen door hem een dubbel deel te geven van alles wat hij heeft; want hij is de eerstelingen van zijn kracht, het recht van de eerstgeborene is van hem.

18

Indien een man een weerbarstige en opstandige zoon heeft, die de stem van zijn vader en de stem van zijn moeder niet gehoorzaamt, en die, hoewel zij hem kastijden, niet naar hen luistert,

19

dan zullen zijn vader en zijn moeder hem grijpen en hem naar buiten brengen bij de oudsten van zijn stad en bij de poort van zijn woonplaats.

20

En zij zullen tot de oudsten van zijn stad zeggen: Deze onze zoon is weerbarstig en opstandig, hij gehoorzaamt onze stem niet; hij is een vraat en een dronkaard.

21

Dan zullen alle mannen van zijn stad hem met stenen stenigen, zodat hij sterft; zo zult u het kwaad uit uw midden wegdoen, en heel Israël zal het horen en vrezen.

22

En indien een man een zonde waardig de dood heeft begaan en ter dood gebracht wordt, en u hem aan een boom hangt,

23

dan zal zijn lichaam niet de nacht aan de boom blijven, maar u zult hem zeker op diezelfde dag begraven; want hij die gehangen is, is door God vervloekt; opdat uw land niet verontreinigd wordt dat de HEER uw God u als erfenis geeft.