VSV
StatenvertalingDeuteronomium 32:1
“Luistert, gij hemelen, en ik zal spreken; en hoor, o aarde, de woorden van mijn mond.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 32 — omringende verzen
1
2Luistert, gij hemelen, en ik zal spreken; en hoor, o aarde, de woorden van mijn mond.
Mijn leer druipe als de regen, mijn rede vloeie neder als de dauw, als een zachte regen op het jonge groen en als regenbuien op het gras.
3Want ik zal de Naam des HEREN verkondigen; geeft grootheid aan onze God.
4Hij is de Rots, Zijn werk is volmaakt, want al Zijn wegen zijn recht; een God der waarheid en zonder ongerechtigheid, rechtvaardig en oprecht is Hij.
5Zij hebben zich verdorven; hun smet is niet die van Zijn kinderen; zij zijn een verkeerd en verdraaid geslacht.
6Vergelt gij aldus de HEER, gij dwaas en onwijs volk? Is Hij niet uw Vader Die u gekocht heeft? Heeft Hij u niet gemaakt en u bevestigd?