Deuteronomium 32:3
“Want ik zal de Naam des HEREN verkondigen; geeft grootheid aan onze God.”
Kruisverwijzingen
Context
Deuteronomium 32 — omringende verzen
Luistert, gij hemelen, en ik zal spreken; en hoor, o aarde, de woorden van mijn mond.
2Mijn leer druipe als de regen, mijn rede vloeie neder als de dauw, als een zachte regen op het jonge groen en als regenbuien op het gras.
Want ik zal de Naam des HEREN verkondigen; geeft grootheid aan onze God.
Hij is de Rots, Zijn werk is volmaakt, want al Zijn wegen zijn recht; een God der waarheid en zonder ongerechtigheid, rechtvaardig en oprecht is Hij.
5Zij hebben zich verdorven; hun smet is niet die van Zijn kinderen; zij zijn een verkeerd en verdraaid geslacht.
6Vergelt gij aldus de HEER, gij dwaas en onwijs volk? Is Hij niet uw Vader Die u gekocht heeft? Heeft Hij u niet gemaakt en u bevestigd?
7Gedenk de dagen van ouds, overweeg de jaren van vele geslachten; vraag het uw vader en hij zal het u verkondigen, uw oudsten en zij zullen het u zeggen.
8Toen de Allerhoogste aan de volken hun erfdeel uitdeelde, toen Hij de mensenkinderen van elkaar scheidde, heeft Hij de grenzen der volken vastgesteld naar het getal der kinderen van Israël.