Terug naar Deuteronomium 32
VSV
Statenvertaling

Deuteronomium 32:17

Zij offerden aan duivels, die geen God zijn, aan goden die zij niet gekend hadden, nieuwe goden die van nabij gekomen waren, die uw vaderen niet gevreesd hebben.

Kruisverwijzingen

Context

Deuteronomium 32 — omringende verzen

12

zo leidde de HEER hem alleen, en er was geen vreemde god bij hem.

13

Hij deed hem rijden op de hoogten der aarde, en hij at de opbrengst der velden, en Hij deed hem honing zuigen uit de rots en olie uit de keiachtige rots,

14

boter van koeien en melk van schapen, met vet van lammeren en rammen van het ras van Basan, en bokken, met het vette van nieren van tarwe, en gij dronkt het zuivere bloed der druif.

15

Maar Jesurun werd vet en sloeg achteruit; gij zijt vet geworden, gij zijt dik geworden, gij zijt met vet overdekt; toen verliet hij God Die hem gemaakt had en verachtte de Rots van zijn heil.

16

Zij verwekten Hem tot jaloersheid met vreemde goden, met gruwelen verwekten zij Hem tot toorn.

17

Zij offerden aan duivels, die geen God zijn, aan goden die zij niet gekend hadden, nieuwe goden die van nabij gekomen waren, die uw vaderen niet gevreesd hebben.

18

De Rots Die u verwekt heeft, hebt gij niet geacht, en gij hebt God vergeten Die u voortgebracht heeft.

19

En toen de HEER het zag, verwierp Hij hen vanwege de terging van Zijn zonen en van Zijn dochters.

20

En Hij zei: Ik zal Mijn aangezicht voor hen verbergen, Ik zal zien wat hun einde zal zijn, want zij zijn een zeer verkeerd geslacht, kinderen in wie geen trouw is.

21

Zij hebben Mij tot jaloersheid verwekt met wat geen God is, zij hebben Mij tot toorn verwekt met hun ijdelheden; en Ik zal hen tot jaloersheid verwekken met degenen die geen volk zijn, Ik zal hen tot toorn verwekken met een dwaas volk.

22

Want een vuur is ontbrand in Mijn toorn en zal branden tot in het diepste van het dodenrijk, en het zal de aarde met haar opbrengst verteren en de fundamenten der bergen in brand zetten.