Efeziërs 4:31
“Alle bitterheid, en toorn, en gramschap, en geroep, en lastertaal worden van u geweerd, met alle boosheid;”
Kruisverwijzingen
Context
Efeziërs 4 — omringende verzen
Zijt toornig, en zondigt niet; laat de zon niet ondergaan over uw toorn;
27En geeft de duivel geen plaats.
28Wie gestolen heeft, steal niet meer; maar laat hij veeleer arbeiden, met zijn handen het goede werkende, opdat hij iets hebbe om mede te delen aan hem die behoefte heeft.
29Geen verderfelijk woord kome uit uw mond, maar hetgeen goed is tot noodzakelijke opbouw, opdat het genade geve aan de hoorders.
30En bedroeft de heilige Geest van God niet, door Wie gij verzegeld zijt tot de dag der verlossing.
Alle bitterheid, en toorn, en gramschap, en geroep, en lastertaal worden van u geweerd, met alle boosheid;
En weest vriendelijk jegens elkander, barmhartig, elkander vergevende, gelijk ook God in Christus u vergeven heeft.