VSV
StatenvertalingEfeziërs 4:32
“En weest vriendelijk jegens elkander, barmhartig, elkander vergevende, gelijk ook God in Christus u vergeven heeft.”
Kruisverwijzingen
Context
Efeziërs 4 — omringende verzen
27
En geeft de duivel geen plaats.
28Wie gestolen heeft, steal niet meer; maar laat hij veeleer arbeiden, met zijn handen het goede werkende, opdat hij iets hebbe om mede te delen aan hem die behoefte heeft.
29Geen verderfelijk woord kome uit uw mond, maar hetgeen goed is tot noodzakelijke opbouw, opdat het genade geve aan de hoorders.
30En bedroeft de heilige Geest van God niet, door Wie gij verzegeld zijt tot de dag der verlossing.
31Alle bitterheid, en toorn, en gramschap, en geroep, en lastertaal worden van u geweerd, met alle boosheid;
32
En weest vriendelijk jegens elkander, barmhartig, elkander vergevende, gelijk ook God in Christus u vergeven heeft.