Esther 2:23
“En toen de zaak onderzocht en bevonden was, werden zij beiden gehangen aan een galg; en het werd opgeschreven in het boek der kronieken voor het aangezicht des koningen.”
Kruisverwijzingen
Context
Esther 2 — omringende verzen
Toen richtte de koning een groot feest aan voor al zijn vorsten en zijn dienaren — het feest van Esther — en hij verleende de gewesten vrijstelling en gaf gaven, naar de staat van de koning.
19En toen de maagden voor de tweede maal samengekomen waren, zat Mordechai in de poort des konings.
20Esther had haar maagschap noch haar volk nog niet bekendgemaakt, zoals Mordechai haar geboden had; want Esther deed het gebod van Mordechai, zoals toen zij door hem opgevoed werd.
21In die dagen, terwijl Mordechai in de poort des konings zat, waren twee kamerheren des konings, Bigtan en Teres, uit degenen die de drempel bewaakten, toornig geworden en zochten de hand te slaan aan koning Ahasveros.
22En de zaak werd aan Mordechai bekend, die het aan koningin Esther meedeelde; en Esther berichtte het de koning in de naam van Mordechai.
En toen de zaak onderzocht en bevonden was, werden zij beiden gehangen aan een galg; en het werd opgeschreven in het boek der kronieken voor het aangezicht des koningen.