Exodus 12:50
“Zo deden al de kinderen van Israël; zoals de HEER Mozes en Aäron geboden had, zo deden zij.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 12 — omringende verzen
Een uitlander en een dagloner mogen daarvan niet eten.
46In één huis moet het gegeten worden; gij zult niets van het vlees buiten het huis brengen; en gij zult geen been daarvan breken.
47De gehele vergadering van Israël zal dit houden.
48En wanneer een vreemdeling bij u verblijft en het pascha voor de HEER wil houden, laat dan al zijn mannen besneden worden, en dan mag hij naderen om het te houden; en hij zal zijn als een inboorling van het land; maar geen onbesnedene mag daarvan eten.
49Eén wet zal gelden voor de inboorling en voor de vreemdeling die bij u verblijft.
Zo deden al de kinderen van Israël; zoals de HEER Mozes en Aäron geboden had, zo deden zij.
En het geschiedde op diezelfde dag, dat de HEER de kinderen van Israël uit het land Egypte leidde, met hun legers.