Exodus 2:17
“En de herders kwamen en dreven haar weg; maar Mozes stond op en hielp haar, en drenkte hun kudde.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 2 — omringende verzen
En hij keek deze en gene kant uit, en toen hij zag dat er niemand was, sloeg hij de Egyptenaar dood en verborg hem in het zand.
13En toen hij de volgende dag uitging, zie, twee Hebreeuwse mannen twistten met elkaar; en hij zeide tot hem die het onrecht deed: Waarom slaat gij uw medegenoot?
14En hij zeide: Wie heeft u tot overste en rechter over ons gesteld? Denkt gij mij te doden, zoals gij de Egyptenaar gedood hebt? En Mozes vreesde en zeide: Zeker, deze zaak is bekend geworden.
15Toen nu Farao deze zaak hoorde, zocht hij Mozes te doden. Maar Mozes vluchtte voor het aangezicht van Farao en woonde in het land Midian; en hij zat neer bij een put.
16De priester van Midian nu had zeven dochters; en zij kwamen en putten water en vulden de drinkbakken om de kudde van hun vader te drenken.
En de herders kwamen en dreven haar weg; maar Mozes stond op en hielp haar, en drenkte hun kudde.
En toen zij bij hun vader Reüel kwamen, zeide hij: Hoe komt het dat gij heden zo spoedig hier zijt?
19En zij zeiden: Een Egyptenaar heeft ons gered uit de hand van de herders, en heeft ook genoeg water voor ons geput en de kudde gedrenkt.
20En hij zeide tot zijn dochters: En waar is hij? Waarom hebt gij de man daar gelaten? Roep hem, opdat hij brood ete.
21En Mozes was tevreden om bij de man te wonen; en hij gaf Mozes zijn dochter Zippora ten huwelijk.
22En zij baarde hem een zoon, en hij noemde zijn naam Gersom; want hij zeide: Ik ben een vreemdeling geweest in een vreemd land.