Terug naar Exodus 23
VSV
Statenvertaling

Exodus 23:11

maar in het zevende jaar zult gij het laten rusten en braak laten liggen, opdat de armen van uw volk ervan eten; en wat zij overlaten zal het gedierte des velds eten. Evenzo zult gij doen met uw wijngaard en uw olijfgaard.

Kruisverwijzingen

Context

Exodus 23 — omringende verzen

6

Gij zult het recht van uw arme in zijn rechtszaak niet verdraaien.

7

Houd u ver van een valse zaak; en de onschuldige en rechtvaardige zult gij niet doden; want Ik zal de goddeloze niet vrijspreken.

8

En gij zult geen geschenk aannemen; want een geschenk verblindt de wijzen en verdraait de woorden van de rechtvaardigen.

9

Ook zult gij een vreemdeling niet verdrukken; want gij kent het hart van een vreemdeling, daar gij zelf vreemdelingen waart in het land Egypte.

10

En zes jaar zult gij uw land bezaaien en zijn vruchten inzamelen;

11

maar in het zevende jaar zult gij het laten rusten en braak laten liggen, opdat de armen van uw volk ervan eten; en wat zij overlaten zal het gedierte des velds eten. Evenzo zult gij doen met uw wijngaard en uw olijfgaard.

12

Zes dagen zult gij uw werk doen, en op de zevende dag zult gij rusten, opdat uw os en uw ezel rusten, en de zoon van uw dienstmaagd en de vreemdeling mogen verkwikt worden.

13

En in alles wat Ik u gezegd heb, zult gij behoedzaam zijn; en de naam van andere goden zult gij niet noemen, noch zal die uit uw mond gehoord worden.

14

Driemaal per jaar zult gij Mij een feest vieren.

15

Gij zult het feest der ongezuurde broden houden; zeven dagen zult gij ongezuurde broden eten, zoals Ik u geboden heb, op de vastgestelde tijd in de maand Abib; want in die maand zijt gij uit Egypte getrokken; en niemand zal met lege handen voor Mij verschijnen.

16

En het feest van de oogst, de eerstelingen van uw arbeid, die gij op het veld gezaaid hebt; en het feest van de inzameling, aan het einde van het jaar, wanneer gij uw arbeid uit het veld hebt ingehaald.