Exodus 23:9
“Ook zult gij een vreemdeling niet verdrukken; want gij kent het hart van een vreemdeling, daar gij zelf vreemdelingen waart in het land Egypte.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 23 — omringende verzen
Indien gij de os of de ezel van uw vijand op een dwaalweg aantreft, zult gij die zeker naar hem terugbrengen.
5Indien gij de ezel ziet van hem die u haat, liggend onder zijn last, en gij u zou willen onthouden hem te helpen, zult gij hem zeker toch helpen.
6Gij zult het recht van uw arme in zijn rechtszaak niet verdraaien.
7Houd u ver van een valse zaak; en de onschuldige en rechtvaardige zult gij niet doden; want Ik zal de goddeloze niet vrijspreken.
8En gij zult geen geschenk aannemen; want een geschenk verblindt de wijzen en verdraait de woorden van de rechtvaardigen.
Ook zult gij een vreemdeling niet verdrukken; want gij kent het hart van een vreemdeling, daar gij zelf vreemdelingen waart in het land Egypte.
En zes jaar zult gij uw land bezaaien en zijn vruchten inzamelen;
11maar in het zevende jaar zult gij het laten rusten en braak laten liggen, opdat de armen van uw volk ervan eten; en wat zij overlaten zal het gedierte des velds eten. Evenzo zult gij doen met uw wijngaard en uw olijfgaard.
12Zes dagen zult gij uw werk doen, en op de zevende dag zult gij rusten, opdat uw os en uw ezel rusten, en de zoon van uw dienstmaagd en de vreemdeling mogen verkwikt worden.
13En in alles wat Ik u gezegd heb, zult gij behoedzaam zijn; en de naam van andere goden zult gij niet noemen, noch zal die uit uw mond gehoord worden.
14Driemaal per jaar zult gij Mij een feest vieren.