Exodus 23:6
“Gij zult het recht van uw arme in zijn rechtszaak niet verdraaien.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 23 — omringende verzen
Gij zult geen vals gerucht verspreiden; steek uw hand niet uit met de goddeloze om een onrechtvaardig getuige te zijn.
2Gij zult de menigte niet volgen om kwaad te doen; en gij zult in een rechtszaak niet spreken om u te voegen naar de velen, ten einde het recht te verdraaien;
3noch zult gij een arme man in zijn rechtszaak begunstigen.
4Indien gij de os of de ezel van uw vijand op een dwaalweg aantreft, zult gij die zeker naar hem terugbrengen.
5Indien gij de ezel ziet van hem die u haat, liggend onder zijn last, en gij u zou willen onthouden hem te helpen, zult gij hem zeker toch helpen.
Gij zult het recht van uw arme in zijn rechtszaak niet verdraaien.
Houd u ver van een valse zaak; en de onschuldige en rechtvaardige zult gij niet doden; want Ik zal de goddeloze niet vrijspreken.
8En gij zult geen geschenk aannemen; want een geschenk verblindt de wijzen en verdraait de woorden van de rechtvaardigen.
9Ook zult gij een vreemdeling niet verdrukken; want gij kent het hart van een vreemdeling, daar gij zelf vreemdelingen waart in het land Egypte.
10En zes jaar zult gij uw land bezaaien en zijn vruchten inzamelen;
11maar in het zevende jaar zult gij het laten rusten en braak laten liggen, opdat de armen van uw volk ervan eten; en wat zij overlaten zal het gedierte des velds eten. Evenzo zult gij doen met uw wijngaard en uw olijfgaard.