Exodus 34:17
“Gij zult u geen gegoten goden maken.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 34 — omringende verzen
Wacht u dat gij geen verbond sluit met de inwoners van het land waarheen gij gaat, opdat het geen valstrik in uw midden zij.
13Maar hun altaren zult gij afbreken, hun gewijde stenen verbrijzelen, en hun gewijde palen omhakken.
14Want gij zult u voor geen andere god neerbuigen; want de HEER, Wiens naam Naijverige is, is een naijverig God.
15Opdat gij geen verbond sluit met de inwoners van het land, en zij hoereren achter hun goden en aan hun goden offeren, en men u uitnodige en gij van zijn offer eet;
16En gij van hun dochters neemt voor uw zonen, en hun dochters hoereren achter hun goden en uw zonen doen hoereren achter hun goden.
Gij zult u geen gegoten goden maken.
Het feest der ongezuurde broden zult gij onderhouden. Zeven dagen zult gij ongezuurd brood eten, zoals Ik u geboden heb, ten tijde van de maand Abib; want in de maand Abib zijt gij uit Egypte uitgetrokken.
19Al wat de moederschoot opent is van Mij; en elke eerstelingsman onder uw vee, of het een rund of een schaap is.
20Maar de eersteling van een ezel zult gij lossen met een lam; en indien gij hem niet lost, dan zult gij hem de nek breken. Al de eerstgeborenen van uw zonen zult gij lossen. En niemand zal voor Mijn aangezicht verschijnen met lege handen.
21Zes dagen zult gij arbeiden, maar op de zevende dag zult gij rusten; in ploeg- en in oogsttijd zult gij rusten.
22En het Wekenfeest zult gij vieren, van de eerstelingen van de tarweoogst, en het feest van de inzameling aan het einde van het jaar.