Exodus 34:19
“Al wat de moederschoot opent is van Mij; en elke eerstelingsman onder uw vee, of het een rund of een schaap is.”
Kruisverwijzingen
Context
Exodus 34 — omringende verzen
Want gij zult u voor geen andere god neerbuigen; want de HEER, Wiens naam Naijverige is, is een naijverig God.
15Opdat gij geen verbond sluit met de inwoners van het land, en zij hoereren achter hun goden en aan hun goden offeren, en men u uitnodige en gij van zijn offer eet;
16En gij van hun dochters neemt voor uw zonen, en hun dochters hoereren achter hun goden en uw zonen doen hoereren achter hun goden.
17Gij zult u geen gegoten goden maken.
18Het feest der ongezuurde broden zult gij onderhouden. Zeven dagen zult gij ongezuurd brood eten, zoals Ik u geboden heb, ten tijde van de maand Abib; want in de maand Abib zijt gij uit Egypte uitgetrokken.
Al wat de moederschoot opent is van Mij; en elke eerstelingsman onder uw vee, of het een rund of een schaap is.
Maar de eersteling van een ezel zult gij lossen met een lam; en indien gij hem niet lost, dan zult gij hem de nek breken. Al de eerstgeborenen van uw zonen zult gij lossen. En niemand zal voor Mijn aangezicht verschijnen met lege handen.
21Zes dagen zult gij arbeiden, maar op de zevende dag zult gij rusten; in ploeg- en in oogsttijd zult gij rusten.
22En het Wekenfeest zult gij vieren, van de eerstelingen van de tarweoogst, en het feest van de inzameling aan het einde van het jaar.
23Driemaal per jaar zullen al uw mannen verschijnen voor de HEER God, de God van Israël.
24Want Ik zal de volken voor u uitdrijven en uw grenzen verruimen; en niemand zal uw land begeren, wanneer gij zult opgaan om driemaal per jaar te verschijnen voor de HEER uw God.