Ezechiël 32:28
“Ja, gij zult worden gebroken in het midden der onbesnedenen, en liggen met hen die gevallen zijn door het zwaard.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezechiël 32 — omringende verzen
Wiens graven zijn gesteld in de zijden van de kuil, en zijn gezelschap is rondom zijn graf; allen zijn gevallen, gesneuveld door het zwaard, die schrik veroorzaakten in het land der levenden.
24Daar is Elam met al zijn menigte rondom zijn graf; allen zijn gevallen, gesneuveld door het zwaard, die onbesneden zijn nedergegaan in de onderste delen der aarde, die hun schrik veroorzaakten in het land der levenden; en zij dragen hun schande met hen die nederdalen in de kuil.
25Men heeft hem een rustplaats bereid in het midden der gevallenen met al zijn menigte; zijn graven zijn rondom hem; allen zijn onbesneden, gevallen door het zwaard; hoewel hun schrik veroorzaakt werd in het land der levenden, dragen zij toch hun schande met hen die nederdalen in de kuil; hij is gelegd in het midden van hen die gevallen zijn.
26Daar is Mesech, Tubal en al zijn menigte; zijn graven zijn rondom hem; allen zijn onbesneden, gevallen door het zwaard, hoewel zij hun schrik veroorzaakten in het land der levenden.
27En zij zullen niet liggen bij de gevallen machtigen der onbesnedenen, die met hun oorlogswapenen zijn nedergegaan in het dodenrijk; en zij hebben hun zwaarden onder hun hoofden gelegd, maar hun ongerechtigheden zullen op hun beenderen zijn, hoewel zij de schrik der machtigen waren in het land der levenden.
Ja, gij zult worden gebroken in het midden der onbesnedenen, en liggen met hen die gevallen zijn door het zwaard.
Daar is Edom, haar koningen en al haar vorsten, die met hun macht zijn gelegd bij hen die gevallen zijn door het zwaard; zij zullen liggen bij de onbesnedenen en bij hen die nederdalen in de kuil.
30Daar zijn de vorsten van het noorden, allen tezamen, en alle Sidoniërs, die zijn nedergegaan bij de gevallenen; beschaamd over hun macht liggen zij onbesneden bij hen die gevallen zijn door het zwaard, en dragen hun schande met hen die nederdalen in de kuil.
31Farao zal hen zien en getroost worden over al zijn menigte, ja, Farao en heel zijn leger, gevallen door het zwaard, zegt de Heer HEER.
32Want Ik heb Mijn schrik veroorzaakt in het land der levenden; en hij zal worden gelegd in het midden der onbesnedenen, bij hen die gevallen zijn door het zwaard, ja, Farao en al zijn menigte, zegt de Heer HEER.