Terug naar Ezechiël 40
VSV
Statenvertaling

Ezechiël 40:7

En elke kleine kamer was één riet lang en één riet breed; en tussen de kleine kamers was het vijf ellen; en de drempel van de poort bij de voorhal van de poort, aan de binnenkant, was één riet.

Kruisverwijzingen

Context

Ezechiël 40 — omringende verzen

2

In gezichten Gods bracht Hij mij naar het land Israël, en zette mij neer op een zeer hoge berg, waarop iets was als de structuur van een stad, aan de zuidkant.

3

En Hij bracht mij daarheen, en zie, er was een man wiens uiterlijk was als het uiterlijk van koper, met een lijnwaad koord in zijn hand en een meetriet; en hij stond in de poort.

4

En de man zei tot mij: Mensenkind, zie met uw ogen, en hoor met uw oren, en zet uw hart op alles wat ik u zal tonen; want met het oogmerk om het u te tonen, bent u hierheen gebracht; verkondig alles wat u ziet aan het huis van Israël.

5

En zie, er was een muur aan de buitenkant van het huis rondom, en in de hand van de man was een meetriet van zes ellen lang, naar de el en een handbreedte; en hij mat de breedte van het gebouw: één riet, en de hoogte: één riet.

6

Toen ging hij naar de poort die naar het oosten ziet, en beklom de treden daarvan, en mat de drempel van de poort: één riet breed; en de andere drempel van de poort: één riet breed.

7

En elke kleine kamer was één riet lang en één riet breed; en tussen de kleine kamers was het vijf ellen; en de drempel van de poort bij de voorhal van de poort, aan de binnenkant, was één riet.

8

Ook mat hij de voorhal van de poort van binnen: één riet.

9

Vervolgens mat hij de voorhal van de poort: acht el; en haar posten: twee el; en de voorhal van de poort was aan de binnenkant.

10

En de wachtkamers van de poort aan de oostzijde waren drie aan deze kant en drie aan die kant; alle drie hadden zij dezelfde maat, en de posten hadden dezelfde maat aan deze en aan die kant.

11

En hij mat de breedte van de ingang van de poort: tien el; en de lengte van de poort: dertien el.

12

Ook was de ruimte voor de wachtkamers één el aan deze kant, en de ruimte was één el aan die kant; en de wachtkamers waren zes el aan deze kant en zes el aan die kant.