Ezra 2:40
“De Levieten: de kinderen van Jesua en Kadmiël, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 2 — omringende verzen
De kinderen van Senaä, drieduizend zeshonderd en dertig.
36De priesters: de kinderen van Jedaja, van het huis van Jesua, negenhonderd drie en zeventig.
37De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.
38De kinderen van Pasur, duizend tweehonderd zeven en veertig.
39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.
De Levieten: de kinderen van Jesua en Kadmiël, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.
De zangers: de kinderen van Asaf, honderd acht en twintig.
42De kinderen van de poortwachters: de kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai, in totaal honderd negen en dertig.
43De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaot,
44De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon,
45De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Akkub,