Ezra 2:42
“De kinderen van de poortwachters: de kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai, in totaal honderd negen en dertig.”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 2 — omringende verzen
De kinderen van Immer, duizend twee en vijftig.
38De kinderen van Pasur, duizend tweehonderd zeven en veertig.
39De kinderen van Harim, duizend en zeventien.
40De Levieten: de kinderen van Jesua en Kadmiël, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.
41De zangers: de kinderen van Asaf, honderd acht en twintig.
De kinderen van de poortwachters: de kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai, in totaal honderd negen en dertig.
De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaot,
44De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon,
45De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Akkub,
46De kinderen van Hagab, de kinderen van Salmai, de kinderen van Hanan,
47De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja,