Ezra 2:44
“De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon,”
Kruisverwijzingen
Context
Ezra 2 — omringende verzen
De kinderen van Harim, duizend en zeventien.
40De Levieten: de kinderen van Jesua en Kadmiël, van de kinderen van Hodavja, vier en zeventig.
41De zangers: de kinderen van Asaf, honderd acht en twintig.
42De kinderen van de poortwachters: de kinderen van Sallum, de kinderen van Ater, de kinderen van Talmon, de kinderen van Akkub, de kinderen van Hatita, de kinderen van Sobai, in totaal honderd negen en dertig.
43De Nethinim: de kinderen van Ziha, de kinderen van Hasufa, de kinderen van Tabbaot,
De kinderen van Keros, de kinderen van Siaha, de kinderen van Padon,
De kinderen van Lebana, de kinderen van Hagaba, de kinderen van Akkub,
46De kinderen van Hagab, de kinderen van Salmai, de kinderen van Hanan,
47De kinderen van Giddel, de kinderen van Gahar, de kinderen van Reaja,
48De kinderen van Rezin, de kinderen van Nekoda, de kinderen van Gazzam,
49De kinderen van Uzza, de kinderen van Paseah, de kinderen van Besai,