Terug naar Genesis 18
VSV
Statenvertaling

Genesis 18:27

En Abraham antwoordde en zei: Zie toch, ik heb mij verstout te spreken tot de HEER, hoewel ik stof en as ben.

Kruisverwijzingen

Context

Genesis 18 — omringende verzen

22

En de mannen keerden hun gezicht vandaar en gingen naar Sodom; maar Abraham stond nog voor de HEER.

23

En Abraham trad nader en zei: Zult U ook de rechtvaardige met de goddeloze verdelgen?

24

Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult U die ook verdelgen en de plaats niet sparen om de vijftig rechtvaardigen die daarin zijn?

25

Dat zij verre van U, zulk een zaak te doen, de rechtvaardige met de goddeloze te doden; en dat de rechtvaardige zou zijn als de goddeloze, dat zij verre van U. Zou de Rechter van de gehele aarde geen recht doen?

26

En de HEER zei: Indien Ik in Sodom vijftig rechtvaardigen vind binnen de stad, dan zal Ik de gehele plaats sparen om hunnentwil.

27

En Abraham antwoordde en zei: Zie toch, ik heb mij verstout te spreken tot de HEER, hoewel ik stof en as ben.

28

Misschien zullen er vijf ontbreken aan de vijftig rechtvaardigen; zult U de gehele stad verdelgen om die vijf? En Hij zei: Ik zal haar niet verdelgen, indien Ik er vijfenveertig vind.

29

En hij sprak wederom tot Hem en zei: Misschien zullen er veertig gevonden worden. En Hij zei: Ik zal het niet doen om der veertig wil.

30

En hij zei: Dat de HEER toch niet vertoornd zij, en ik zal spreken: Misschien zullen er dertig gevonden worden. En Hij zei: Ik zal het niet doen, indien Ik er dertig vind.

31

En hij zei: Zie toch, ik heb mij verstout te spreken tot de HEER: Misschien zullen er twintig gevonden worden. En Hij zei: Ik zal haar niet verdelgen om der twintig wil.

32

En hij zei: Dat de HEER toch niet vertoornd zij, en ik zal nog slechts ditmaal spreken: Misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zei: Ik zal haar niet verdelgen om der tien wil.