Genesis 18:28
“Misschien zullen er vijf ontbreken aan de vijftig rechtvaardigen; zult U de gehele stad verdelgen om die vijf? En Hij zei: Ik zal haar niet verdelgen, indien Ik er vijfenveertig vind.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 18 — omringende verzen
En Abraham trad nader en zei: Zult U ook de rechtvaardige met de goddeloze verdelgen?
24Misschien zijn er vijftig rechtvaardigen in de stad; zult U die ook verdelgen en de plaats niet sparen om de vijftig rechtvaardigen die daarin zijn?
25Dat zij verre van U, zulk een zaak te doen, de rechtvaardige met de goddeloze te doden; en dat de rechtvaardige zou zijn als de goddeloze, dat zij verre van U. Zou de Rechter van de gehele aarde geen recht doen?
26En de HEER zei: Indien Ik in Sodom vijftig rechtvaardigen vind binnen de stad, dan zal Ik de gehele plaats sparen om hunnentwil.
27En Abraham antwoordde en zei: Zie toch, ik heb mij verstout te spreken tot de HEER, hoewel ik stof en as ben.
Misschien zullen er vijf ontbreken aan de vijftig rechtvaardigen; zult U de gehele stad verdelgen om die vijf? En Hij zei: Ik zal haar niet verdelgen, indien Ik er vijfenveertig vind.
En hij sprak wederom tot Hem en zei: Misschien zullen er veertig gevonden worden. En Hij zei: Ik zal het niet doen om der veertig wil.
30En hij zei: Dat de HEER toch niet vertoornd zij, en ik zal spreken: Misschien zullen er dertig gevonden worden. En Hij zei: Ik zal het niet doen, indien Ik er dertig vind.
31En hij zei: Zie toch, ik heb mij verstout te spreken tot de HEER: Misschien zullen er twintig gevonden worden. En Hij zei: Ik zal haar niet verdelgen om der twintig wil.
32En hij zei: Dat de HEER toch niet vertoornd zij, en ik zal nog slechts ditmaal spreken: Misschien zullen er tien gevonden worden. En Hij zei: Ik zal haar niet verdelgen om der tien wil.
33En de HEER ging Zijns weegs, zodra Hij geëindigd had met Abraham te spreken; en Abraham keerde terug naar zijn plaats.