Terug naar Genesis 23
VSV
Statenvertaling

Genesis 23:12

En Abraham boog zich neder voor de mensen van dat land.

Kruisverwijzingen

Context

Genesis 23 — omringende verzen

7

En Abraham stond op, en boog zich voor de mensen van dat land, voor de kinderen van Heth.

8

En hij sprak met hen, zeggende: Als het uw wil is, dat ik mijn dode begraaf, zodat zij mij niet meer voor ogen is; hoort mij, en bepleit mijn zaak bij Efron, de zoon van Zohar,

9

Opdat hij mij de spelonk van Machpela geve, die hij heeft en die aan het einde van zijn veld ligt; voor de volle prijs geve hij mij die tot een eigen begraafplaats onder u.

10

En Efron woonde onder de kinderen van Heth; en Efron, de Hethiet, antwoordde Abraham ten aanhoren van de kinderen van Heth, ja van allen die ingingen door de poort van zijn stad, zeggende:

11

Neen, mijn heer, hoor mij; het veld geef ik u, en de spelonk die daarin is, die geef ik u; ten aanschouwen van de zonen van mijn volk geef ik het u; begraaf uw dode.

12

En Abraham boog zich neder voor de mensen van dat land.

13

En hij sprak tot Efron ten aanhoren van de mensen van dat land, zeggende: Als gij het wilt geven, hoor mij dan toch: ik zal het geld voor het veld geven; neem het van mij, en ik zal mijn dode daar begraven.

14

En Efron antwoordde Abraham, en zei tot hem:

15

Mijn heer, hoor mij: het land is vierhonderd sikkel zilver waard; wat is dat tussen mij en u? Begraaf dan uw dode.

16

En Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog aan Efron het zilver af, dat hij genoemd had ten aanhoren van de kinderen van Heth, vierhonderd sikkel zilver, gangbaar geld bij de koopman.

17

En het veld van Efron, dat in Machpela lag, dat voor Mamre was, het veld en de spelonk die daarin was, en alle bomen die in het veld waren, in heel de grensomtrek rondom, werden eigendom