Genesis 23:16
“En Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog aan Efron het zilver af, dat hij genoemd had ten aanhoren van de kinderen van Heth, vierhonderd sikkel zilver, gangbaar geld bij de koopman.”
Kruisverwijzingen
Context
Genesis 23 — omringende verzen
Neen, mijn heer, hoor mij; het veld geef ik u, en de spelonk die daarin is, die geef ik u; ten aanschouwen van de zonen van mijn volk geef ik het u; begraaf uw dode.
12En Abraham boog zich neder voor de mensen van dat land.
13En hij sprak tot Efron ten aanhoren van de mensen van dat land, zeggende: Als gij het wilt geven, hoor mij dan toch: ik zal het geld voor het veld geven; neem het van mij, en ik zal mijn dode daar begraven.
14En Efron antwoordde Abraham, en zei tot hem:
15Mijn heer, hoor mij: het land is vierhonderd sikkel zilver waard; wat is dat tussen mij en u? Begraaf dan uw dode.
En Abraham luisterde naar Efron; en Abraham woog aan Efron het zilver af, dat hij genoemd had ten aanhoren van de kinderen van Heth, vierhonderd sikkel zilver, gangbaar geld bij de koopman.
En het veld van Efron, dat in Machpela lag, dat voor Mamre was, het veld en de spelonk die daarin was, en alle bomen die in het veld waren, in heel de grensomtrek rondom, werden eigendom
18Van Abraham als bezit, ten aanschouwen van de kinderen van Heth, voor allen die ingingen door de poort van zijn stad.
19En daarna begroef Abraham zijn vrouw Sara in de spelonk van het veld van Machpela, voor Mamre; dat is Hebron, in het land Kanaän.
20En het veld en de spelonk die daarin was, werden Abraham als eigen begraafplaats bevestigd door de kinderen van Heth.