Terug naar Genesis 43
VSV
Statenvertaling

Genesis 43:8

En Juda zeide tot Israël zijn vader: Zend de jongeling met mij mee, dan zullen wij opstaan en gaan, opdat wij leven en niet sterven, wij en gij en ook onze kleinen.

Kruisverwijzingen

Context

Genesis 43 — omringende verzen

3

En Juda sprak tot hem: De man heeft ons nadrukkelijk bezworen: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij uw broeder met u zij.

4

Indien gij onze broeder met ons meestuurt, zullen wij neerdalen en u voedsel kopen.

5

Maar indien gij hem niet meestuurt, zullen wij niet neerdalen; want de man zeide tot ons: Gij zult mijn aangezicht niet zien, tenzij uw broeder met u zij.

6

En Israël zeide: Waarom hebt gij mij zo kwaad gedaan, door de man te zeggen dat gij nog een broeder hadt?

7

En zij zeiden: De man vroeg ons nauwkeurig naar onze staat en naar onze afkomst, en zeide: Leeft uw vader nog? Hebt gij nog een broeder? En wij vertelden hem naar de strekking dezer woorden; konden wij dan zeker weten dat hij zou zeggen: Brengt uw broeder mee?

8

En Juda zeide tot Israël zijn vader: Zend de jongeling met mij mee, dan zullen wij opstaan en gaan, opdat wij leven en niet sterven, wij en gij en ook onze kleinen.

9

Ik zal borg voor hem staan; van mijn hand zult gij hem eisen; indien ik hem niet tot u breng en hem voor u stel, dan zal ik de schuld dragen voor altijd.

10

Want indien wij niet zo lang getalmd hadden, zouden wij nu zeker al voor de tweede maal teruggekeerd zijn.

11

En hun vader Israël zeide tot hen: Als het dan zo moet zijn, doet dit: neemt van de beste vruchten des lands in uw vaten mee, en brengt de man een geschenk: een weinig balsem en een weinig honing, specerijen en mirre, noten en amandelen.

12

En neemt dubbel geld in uw hand mee; en het geld dat in de opening van uw zakken was teruggelegd, brengt het opnieuw in uw hand mee; misschien was het een vergissing.

13

Neemt ook uw broeder mee, staat op en gaat opnieuw naar de man.