Terug naar Handelingen 1
VSV
Statenvertaling

Handelingen 1:17

Want hij was bij ons gerekend en had deel gekregen aan deze bediening.

Kruisverwijzingen

Context

Handelingen 1 — omringende verzen

12

Toen keerden zij terug naar Jeruzalem van de berg die Olijfberg geheten wordt, welke bij Jeruzalem gelegen is, een sabbatsreis ver.

13

En toen zij er ingekomen waren, gingen zij naar de bovenzaal, waar zij verblijf hielden, namelijk Petrus en Jakobus en Johannes en Andreas, Filippus en Thomas, Bartholomeus en Matteüs, Jakobus de zoon van Alfeüs en Simon de Zeloot en Judas de broeder van Jakobus.

14

Dezen allen volhardden eendrachtig in gebed en smeking, met de vrouwen en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broeders.

15

En in die dagen stond Petrus op te midden van de discipelen en zeide — er was een menigte van namen bijeen, omtrent honderd en twintig —

16

Mannen en broeders, dit schriftwoord moest vervuld worden, dat de Heilige Geest door de mond van David van tevoren gesproken heeft aangaande Judas, die de leidsman was van hen die Jezus gevangen namen.

17

Want hij was bij ons gerekend en had deel gekregen aan deze bediening.

18

Deze nu heeft een akker verworven met het loon der ongerechtigheid; en voorover gevallen, is hij midden doorgesprongen, en al zijn ingewanden zijn naar buiten gevloeid.

19

En het werd aan alle inwoners van Jeruzalem bekend, zodat die akker in hun eigen taal Akeldama geheten wordt, dat wil zeggen: het Bloedakker.

20

Want er staat geschreven in het boek der Psalmen: Laat zijn woning verlaten worden, en laat niemand daarin wonen; en zijn ambt late een ander ontvangen.

21

Derhalve moet van deze mannen, die met ons omgegaan zijn al de tijd dat de Heer Jezus bij ons in en uit gegaan is,

22

Te beginnen van de doop van Johannes tot de dag waarop Hij van ons werd opgenomen, een van hen getuige van Zijn opstanding met ons zijn.